Wat werkt in leesonderwijs aan laaggeletterde anderstalige jongeren

Praktijkgids vol aanbevelingen voor NT2 leerlingen die ook geschikt zijn voor de Nederlandstalige vmbo-leerling.

Auteur(s)

Marit Trioen Jordi Casteleyn

Samenvatting

In deze praktijkgids staan aanbevelingen en concrete  lesideeën over woordenschatonderwijs, het stimuleren van mondelinge taalvaardigheid en leesinstructie aan leerlingen met het Nederlands als tweede taal. Veel van deze aanbevelingen zijn goed bruikbaar voor alle vmbo-leerlingen.

Aanbevelingen

Aanbevelingen voor het woordenschatonderwijs.

  • Leer leerlingen vooral hoogfrequente woorden aan en doe dit door gebruik te maken van expliciete instructie.
  • Betrek stapsgewijs en systematisch school- en vaktaalwoorden in het woordenschatprogramma.
  • Zorg ervoor dat woordenschatonderwijs plaatsvindt in een brede, concrete en relevante context door een combinatie aan te bieden van woorden die leerlingen dagelijks gebruiken en nieuwe woorden.
  • Ontwikkel een diepe woordenschat bij leerlingen door te leren hoe het woord uitgesproken wordt, uit welke delen een woord bestaat en op welke manieren het woord in de zin gebruikt kan worden.
  • Laat leerlingen actief aan de slag gaan met het inoefenen van woorden.
  • Bied concrete woordleerstrategieën aan. Bijvoorbeeld: vind ik informatie over het woord in de tekst?

Aanbevelingen voor onderwijs in mondelinge taalvaardigheid.

  • Oefen begrijpend luistervaardigheid en ontwikkel luisterstrategieën bij leerlingen, bijvoorbeeld: leid ontbrekende informatie af uit de context.
  • Oefen met leerlingen het kennen van verbanden tussen woorden in een zin en tussen zinnen te ontdekken.

Aanbevelingen voor leesinstructie en het ontwikkelen van leesplezier.

  • Werk aan de leesvoorwaarden waaronder het fonemisch bewustzijn en de klank-letterkoppeling.
  • Laat leerlingen veel leeskilometers maken.
  • Werk aan leesbegrip door gebruik te maken van veel verschillende teksten en verschillende oefenvormen.
  • Stimuleer leesplezier door met teksten te werken die leerlingen interessant en/of nuttig vinden, door boeken zichtbaar te maken in de klas of door met leerlingen na de bibliotheek te gaan en door iedere week een leesmoment te organiseren.
  • Leer leesstrategieën expliciet maar betekenisvol aan. Bijvoorbeeld: voorspellingen over een tekst doen.

Literatuurverwijzing

Trioen, M., & Casteleyn, J. (2018). Extra kansen voor nieuwkomers: Wat werkt in leesonderwijs aan laagge­letterde anderstalige jongeren? Een praktijkgids voor lesgevers. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.